Vakantieplannen, altijd lastig. Toen mijn vriendin voorstelde onze kampeerweekjes in Zuid-Duitsland af te sluiten met een klimaatkamp in het Ruhrgebied was ik bijvoorbeeld erg sceptisch. Zij was al een tijdje actief bij Fossiel Vrij in Amsterdam, en ik was het inhoudelijk altijd wel met haar eens geweest, had zélfs wel eens een activiteit bijgewoond… Maar een klimaatkamp van een week? Dat ging me toch wat ver. Ik ben immers geen activist.
Hoe ze het precies heeft gedaan weet ik niet meer, maar toen ik even later aan collega’s en vrienden over mijn vakantieplannen vertelde, moest ik toch wat lacherig toegeven naar een of ander klimaatkamp te gaan. ‘Ha, dat heeft je vriendin zeker bedacht!’. Wat er precies op het programma stond wist ik eigenlijk niet. Iets met een summer school en een demonstratie, maar er zou ook bier en gezelligheid zijn, was me beloofd.
Mijn gedachten van zaterdagochtend 17 augustus weet ik daarentegen nog heel nauwkeurig. ‘Hoe ben ik hier in hemelsnaam beland?!’ en ‘dit doe ik nooit meer’ wisselden zich af met ‘dit is zó vet!’ en ‘wanneer is de volgende actie?’. Dit dacht ik terwijl de Polizei ons probeerde te verhinderen een bruinkolenmijn ter grootte van Amsterdam te bezetten, daarbij gretig gebruikmakend van pepperspray en gummiknuppel. En toen we later de beelden terugzagen op het Duitse journaal, was de boodschap helder: een groep van ruim duizend activisten – gehuld in witte pakken – heeft succesvol alle graafmachines in de mijn stop weten te zetten. Activisten…
Het kamp
Toch voelde het niet gek dat ik daarbij zat. Toen we eerder die week aankwamen op het kampterrein – een stuk gras dat een lokale boer tijdelijk aan de organisatie had afgestaan – verbaasde me de strakke organisatie en de gezellige festivalsfeer. Natuurlijk, er liepen zeer diverse mensen rond, de toiletten werkten met zaagsel in plaats van water en al het eten was veganistisch (dat overigens dagelijks door een fantastisch team van Nederlandse vrijwilligers voor alle aanwezigen werd bereid!). Maar mijn angst te belanden in een kamp met enkel hippies en anarchisten waar mijn hipstervogelshirt en Nikes totaal uit de toon zouden slaan bleek volkomen onterecht.
Overdag volgde ik vaak werkgroepen waarvan de onderwerpen wisselden van ‘energy security’ of ‘klimaatsceptici’ tot een actietraining over politieblokkades. Ook was er best tijd rustig een boekje te lezen, of hielp je mee met uien snijden of vlaggen schilderen. ’s Avonds dronken we (biologisch) bier bij het kampvuur, ontmoetten we nieuwe mensen en dansten we. Iedere dag kwamen er meer mensen aan en werd er meer bekend over de grote actiedag op zaterdag: de kolenmijn zou bezet worden.
Frisbee
Op een gegeven moment werd me gevraagd of ik mee wou doen aan een ‘affinity group’, en zonder enig idee te hebben wat die term betekende schoof ik aan. We spraken over actie-ervaringen, politiegeweld en de bereidheid gearresteerd te kunnen worden. Dit klonk erg eng, maar gelukkig bleek ik even onervaren te zijn als de meeste anderen. Als ‘affinity group’ spraken we iedere dag verder, over juridische consequenties, onze ambities en de beste outfit en nicknames. We waren uiteindelijk met z’n negenen en noemden onszelf ‘Frisbee’. Elke dag kregen we er meer zin in en leerden we elkaar beter kennen; het was erg fijn in een omgeving te zijn waar het niet gek is om bewust na te denken over de wereld. Een kolenmijn bezetten klonk langzaam heel normaal, en tegelijkertijd als iets heel vets, het gaf energie.
Geen tandenpoetsen
En toen gingen we van start. Na een haast slapeloze nacht – de laagvliegende politiehelikopters hielden ons wakker – werden we op zaterdagochtend om half zes gewekt. Inmiddels was er ruim 1500 man en zowel de keuken als de toiletten draaiden overuren. Tandenpoetsen sloegen we deze ochtend maar over en het ontbijt en de lunch hadden we de avond ervoor al bereid. We vonden onze ‘affinity group’ en gingen op pad, met frisse moed, liedjes en gezelligheid. En toch ook wel met spanning en nieuwsgierigheid naar wat er komen zou. Maar vooral met zoveel mensen, uit alle hoeken en gaten van de wereld. Van een afstand leek de eerste politieblokkade te heftig, dus liepen we door, maar bij het tweede tunneltje was het zover. Zingend en vreedzaam liepen we recht op de rij agenten af.
Dit moment kwam met stip binnen in de lijst van ‘engste momenten in mijn leven’, want de politie besloot ons eens duidelijk te maken wie het geweldsmonopolie had. De beesten van mannen – en vrouwen – stonden afschrikwekkend in de weg, en toen ik het oogmasker tegen pepperspray en de strobaal tegen stokslagen gereed had, nam mijn intuïtie het over. Ik redde het langs de agenten te glippen, maar tijd voor een slok water was er niet. Ik was iedereen kwijt, en velen renden en schreeuwden. Ook besloot de politie achter ons aan te gaan.
Ik hervond Frisbee en we kwamen tot de ontdekking dat een groepslid miste. We ondersteunden elkaar en zagen de angst in onze ogen. We wisten wat we hadden kunnen verwachten, maar het was in praktijk toch wel erg heftig. Dat we doorgingen, was echter duidelijk. Adrenaline en wilskracht namen het over, en gelukkig maar, want de politie vormde alweer een lijn, nu in een veld verderop. Het was net een computerspelletje, maar dan eng. Op de een of andere manier lukte het me echter telkens de politie te ontwijken, en even later stonden we vol verbazing en totaal buiten adem in de mijn. De euforie was enorm, we hadden ons eerste doel bereikt.

Gestruikeld
De saamhorigheid en vreugde waarmee we ’s avonds op het kamp de foto’s van de actie en steunbetuigingen vanuit de hele wereld zagen, toen de laatste opgepakte mensen terugkwamen, was enorm. We dronken een biertje, vertelden voor de zoveelste keer aan elkaar hoe we die ene agent hadden zien struikelen, hoe grappig de actieclowns waren en hoe groot de mijn van dichtbij wel niet was. Of dat een vriend uit onze groep, terwijl z’n handen door de politie waren vastgemaakt met tie-wraps, midden in de mijn had zitten frisbeeën.
Het politiegeweld was erg heftig geweest, en er waren een paar mensen in het ziekenhuis beland – wat overigens stellig werd ontkend door de politie, die strak samenwerkte met de mijneigenaar en energiemaatschappij RWE. Het was ook de reden voor mij en mijn vriendin om vroegtijdig de mijn te verlaten, toen we zagen hoe bekenden werden neergeknuppeld. We werden zelfs uit de mijn gereden door een RWE-medewerker, die ons ervan verzekerde dat hij zonder gezondheidsklachten al 30 jaar voor RWE werkt en ons voor gek verklaarde. Het leek alsof de agenten en RWE in een totaal andere wereld leefden en helemaal niet beseften wat voor gevaar klimaatverandering voor onze toekomst kan zijn. Nog gekker vonden we het dat ze het zo normaal vonden ons zo te lijf te gaan, terwijl wij geweldloos probeerden die stinkmijn stil te leggen.
Na deze dag was ik eigenlijk vooral uitgeput, en tegelijk vol energie om door te gaan. Om bijvoorbeeld het ABP te laten divesteren en om onszelf in Parijs te laten horen. Ik begon misschien sceptisch, maar het blokkeren van een bruinkolenmijn heeft dat zeker veranderd.
En, hoe was jouw vakantie?
