Op vrijdag 16 Augustus vertrok ik met een aantal anderen in een busje naar het Klimacamp in het Rheinland, net over de Duitse grens. In dit gebied bevinden zich de grootste bronnen van CO2 uitstoot in Europa, drie gigantische bruinkoolmijnen die eigendom zijn van RWE. In April was ik al eerder in het gebied geweest, tijdens de mensenketen rondom de mijnen. Ondanks dat deze mijnen zich net over de grens van Duitsland bevinden heb ik het idee dat veel Nederlanders geen idee hebben van het bestaan ervan.. Het moment dat ik toen één van de mijnen voor het eerst, vanuit de bus aanschouwde, zal ik niet snel vergeten; gigantische open wIMG_0618onden in het landschap, milieudestructie op een schaal die ik nog nooit in het echt gezien had, een deprimerend aanzicht.

Onderweg naar het kamp discussieerden we al in de bus over wie wat zou gaan doen; gaan we mee de mijn in? Of toch liever support leveren aan de rand, en met een banner een boodschap afgeven aan het ABP? Ik twijfelde. Nog nooit had ik meegedaan aan een echte directe actie, en twijfelachtig als ik ben, besloot ik het nog even in het midden te laten.

 

De voorbereiding
In het kamp kregen we die dag een actie training en vooral de opgewekte, positieve indruk die de twee begeleiders op mij maakte, duwde mij toch meer in de richting om deel te gaan nemen aan de actie. Een van hen vertelde ons dat we ons maar moesten voorstellen dat onze moeders ons voor een uitje naar de machines mee namen, en dat wij ons niet door de politie zouden laten stoppen; we moesten en zouden die machines te zien te krijgen. Er werden ons praktische instructies voor de actie gegeven, hoe we met anderen zouden samenwerken in groepjes, punten waar we over na moesten denken, hoe we politiebarricades konden doorbreken etc. Ook vormden we de groepjes waarmee we de volgende dag samen zouden blijven.

Na wat discussiëren over verschillende namen voor ons groepje besloten we onszelf de “Coal Boys” te noemen. Waarschijnlijk één van de meest belabberde teamnamen van die dag, maar op een ironische manier grappig. Het hele groepje was onervaren in dit soLange witte stoetort acties, we verfden de witte pakken die we de volgende dag aan zouden trekken en maakten grappen over een fictieve comedy over vijf onervaren gasten die besloten mee te doen aan een radicale actie in een mijn. De hele situatie maakte bij mij de zenuwen minder. Toen de vraag werd gesteld of we nou echt de mijn in zouden gaan, zei ik twijfelend toch ja. Later die avond sloot zich nog een zesde lid bij ons groepje aan.

 

De mijn in
De volgende ochtend werden we vroeg gewekt om de actie te beginnen. Rond half zeven begonnen we met een grote groep te lopen. We verlieten het kamp en liepen als één grote witte groep door het landschap richting de mijn. Ik was zenuwachtig, maar niet extreem. Het voelde goed in de groep, dit kwam zeker ook door het besef dat er vele ervaren, maar zeker ook onervaren mensen meeliepen. Ons groepje splitste toch gauw op in de mensen die meer vooraan, in de buurt van de mensen met pepperspraymaskers wilden lopen, en mijn buddy en ik, die toch liever wat verder achter wilde blijven. We passeerde een politiebarricade aan ons rechterhand maar liepen door. Bij een volgende afslag sloegen we rechtsaf en liepen we recht op een barricade af. Veel tijd om na te denken had ik niet, en onder het roepenDSC3630-800x530 van verschillende leuzen stormde we als groep op de agenten af. In de tunnel was het een complete chaos, ik zag de agenten om mij heen mensen proberen te grijpen maar wist mij zelf er – waarschijnlijk omdat ik mij niet vooraan in de groep bevond – vrij snel en makkelijk doorheen te manoeuvreren. In mijn ogen voelde ik een lichte prikkeling en vroeg aan mijn buddy of er pepperspray gebruikt zou zijn. Ik hoefde niet lang op het antwoord te wachten, om mij heen zag ik mensen al water in hun betraande ogen gooien.

Terwijl we continu werden opgejaagd renden we, in de ochtendzon een droog hooiveld in, het droge stof maakte het ademen tijdens het rennen moeilijk, en onder het witte pak dat ik droeg begon ik te zweten. Van verschillende kanten renden agenten op ons af, maar uiteindelijk wisten we, met een grote groep het terrein van de mijn te bereiken. De sproeiers, die RWE tegen het stof van de mijnen langs de rand geïnstalleerd heeft, waren in dit geval welkom voor de mensen die de pepperspray van zich af wilden wassen. De groep werd rustiger, 20404881728_74c8390c79_zwe waren op het RWE terrein, de politie zal zich waarschijnlijk even gedeisd houden.
Terwijl een politiebusje met luidsprekers ons duidelijk maakte dat we niet verder moesten gaan stroomden we als groep, over een richeltje, de gigantische Garzweiler mijn in. RWE beveiliging kwam aangereden, maar deed niet veel om ons te stoppen. We liepen door, er heerste duidelijk een sfeer van opluchting dat we de mijn bereikt hadden, maar veel mensen keken ook geschrokken naar het tafereel dat zich voor hen uitstrekte.

 

Al snel verschenen de agenten weer: achterin RWE beveiligingswagens werden ze de mijn binnen gereden en het kat en muis spel begon opnieuw. Het rennen in het zand, terwijl de zon scheen was vermoeiend. Van verschillende kanten probeerden rijen agenten de menigte te stoppen. Maar de groep rende vastbesloten door. Op een gegeven moment stuitten we op een lastigere doorgang, geblokkeerd doorPolitie lijn een RWE wagen. Ik probeerde er door te gaan maar bevond me in het achterste deel van de groep, ik zag niet veel ruimte meer en toen ik mij omdraaide zag ik de agenten op me afkomen. Ik besloot te stoppen. De rest van mijn groepje had, dacht ik, wel weten door te dringen. We werden omsingeld door politie en opgedragen te wachten.
Het wachten duurde lang, we praatten wat met elkaar. Op een gegeven moment lag ik half te slapen, keek naar de gezichten van de agenten en dacht na over wat er achter hun stoïcijnse blikken schuil zou gaan. Zouden ze echt niet, na een blik op de verwoesting om zich heen, beseffen hoe krom dit eigenlijk allemaal is? Dat een bedrijf dit mag aanrichten en daarmee niet alleen de directe omgeving vernietigd, maar ook een gigantische bijdrage aan de opwarming van onze planeet levert. Waardoor onze toekomst en die van onze kinderen – dus ook die van agenten en hun kinderen – op het spel wordt gezet? En dat zij met stokken, pepperspray en ander geweld deze groep vreedzame activisten, die hier genoeg van hebben, tot stoppen moeten brengen, moeten oppakken vanwege “huisvredebreuk”?
Er werd ons verteld dat de mijn mochten verlaten als we ons zouden identificeren. Anders zouden onze tassen gecontroleerd worden en moesten we mee naar het bureau. De meerderheid, waaronder ik, weigerde zich te identificeren en bleef afwachten wat er gebeurde. Na een lange tijd, zo’n vier uur, kwamen er busjes om ons langzaamaan op te komen halen. Het was inmiddels een uurtje of één. Vanuit het kleine raampje van het busje zag ik de andere groepen die gestopt waren passeren, ik zag een grote hoeveelheid politievoertuigen nabij een grote graafmachine. We verlieten de mijn en werden overgebracht naar eenpersoons celletjes in een grote bus. Een Duitse agent zei op een sarcastische toon “aufwiedersehen” tegen ons.

Opgepakt..
Eenmaal aangekomen op bureau werden we lang in de bus vast gehouden. Agenten en ander personeel liepen op en aan rond de bus. Toen het begon te regenen lieten ze onze tassen in de stromende regen buiten liggen, terwijl ze er lachend naast stonden. Eenmaal uit de bus werden we één voor één voor tafels geleid. Er werd een foto van me gemaakt en mijn gegevens werden gevraagd. Ik weigerde mijn naam en vingerafdruk te geven. Uit hun reacties bleek dat ze hier al aan gewend waren. Er werden wat spullen ingenomen en ik werd naar een ander gebouw gebracht. Ik hoopte op een lekker celletje met een bedje, maar dat bleek helaas te veel gevraagd. We werden in een soort kooien gezet, met een stuk of 15 man, zittend op matten op de grond.
Het was de eerste keer dat ik überhaupt vastzat in mijn leven. Ik was moe en had het koud maar in de kooi was het, samen met de anderen, goed uit te houden. Mensen haalden wat grappen uit met bewakers en we vroegen om eten, waarna we wat restjes uit onze eigen bagage en van de politie kregen. Inmiddels was in het kamp bekend waar we ons bevonden, er zou vervoer terug geregeld worden, voor als we vrij kwamen. Langzaamaan werden we vrijgelaten en rond een uurtje of 23:00 mocht ook ik naar buiten. Er werd nog gevraagd om een inkt-vingerafdruk, en, omdat ik er wel klaar mee was heb ik die helaas wel gegeven. Jammer, een beginnersfout wellicht.
Eenmaal buiten werden we opgewacht door juichende mensen met een spandoek. Er was eten en drinken en een man riep dat hij mensen mee naar het kamp kon nemeBagger blokaden. Ik zei dat ik mee wilde en was blij dat ik direct terug kon. In de stromende regen reden we terug naar het kamp. We vroegen de bestuurster naar meer informatie over het verloop van de dag, we wisten nog heel weinig. Ze vertelde ons over de andere groepen en hoe het hen was verlopen, enkelen bleken een machine bereikt te hebben. Ze vertelde ons wat bekend was over de gewonden en een incident met een Deense journalist die gearresteerd was.
We kwamen moe aan in het kamp. Ik dronk nog een biertje met Fossielvrij vrienden, ik was blij ze weer te zien en zij waren blij dat ik weer terug was. Ik ben blij dat ik toch heb meegedaan. De actie was een succes, er waren twee gravers voor een dag stil gelegd en er was een duidelijke boodschap afgegeven: mensen zijn klaar met deze industrie die onze planeet in de naam van financieel gewin blijft opwarmen, dit soort mijnen moeten dicht, liever vandaag dan morgen.

IMG_0628